Geschiedenis van de familie de Merode
De familie de Merode is afkomstig van het Rijnland. Werner, afstammeling van de jongste van de familie Aragon was minister in het Germaanse keizerrijk. Rond 1174 kreeg hij van Frederik Barberousse (Keizer van Germanië 1122-1190) het landgoed van Echtz bij Düren in Duitsland. Hij liet het domein deels ontbossen om er een kasteel te bouwen. Deze kreeg, omwille van de plaats waar het werd gebouwd, in het latijns de naam “de Rode”, in middeleeuws Duits de naam “vamme Rode” en tenslotte de naam “de Merode”.Naar aanleiding van een document uit 994 blijkt dat in die periode Westerlo eigendom was van de graaf Ansfried, een afstammeling van Pépin van Landen. Deze graaf Ansfried werd monnik en bisschop van Utrecht, wat voor gevolg had dat Westerlo in het bezit kwam van de Utrechtse Kathedraal. In het tijdperk van de feodaliteit, gaf de Kathedraal in erfpacht aan een edele familie uit Brabant, de Wesemael.
Rond 1361 trouwde Richard Ier de Merode, rechtstreekse afstammeling van Werner, met Marguerite van Wesemael, de zus van de heer van Westerlo. Aan het begin van de XVde eeuw stopte hun legale afstammelingen. Op het einde van de XVde eeuw, na vele moeilijkheden en processen, verkreeg de familie de Merode, met de persoon van Jean II de goederen die hen ten toekwamen, echter nog altijd in erfelijk leengoed.
Tenslotte kocht in 1620 de familie de Merode de eigendomsrechten en in 1626 werd Westerlo een markisaat. Het is vanaf dan dat de oudste van de familie de Merode achtervolgens de titels “Graaf van Merode”, “Markies van Westerlo” droegen.
Jean Philippe Eugène de Merode Westerloo (1674-1732) werd hoofd van de familie. Hij werd achtervolgens Kapitein van de Lijfwachten (Trabants), Kolonel van het Regiment van de Cavalerie van Westerlo, nadien Hofmaarschalk van Camp in 1704 onder Keizer Charles VI van Oostenrijk. Ten dienste van de keizerin Marie-Thérèse werd hij veldmaarschalk, de Grote van Spanje en ridder van de Orde van het Gulden Vlies. Tijdens zijn reizen, voornamelijk naar Versailles, ontdekte hij de schoonheid van de Franse tuinen. In het begin van de 18de eeuw, tekende hij het park voor het kasteel et plantte hij dreven in vier rijen met eiken, beuken en lindebomen die het dorp omringden. De eerste twee dreven werden aangelegd tussen Westerlo en Tongerlo (1710) en Westerlo en Geel (1711). De aanleg van deze dreven bracht conflicten met de eigenaars van aangrenzende eigendom en de abdij van Tongerlo. In 1710, bouwde hij in het park ook een groot bassin. Deze werken beëindigd in 1711 en kosten toen ongeveer 80.000 gulden. Hij was ook diegene die verfraaiingswerken liet uitvoeren in en rondom het kasteel, deze duurden tot in 1721.
Toen de familie van Jean Philippe Eugène vernam dat hij veel energie en middelen had gestoken om het markisaat van Westerlo te verfraaien, werd hij de trots van de familie. Het motto van de familie “Plus d’Honneur que d’Honneurs” was hem op het lijf geschreven.
In 1913, in opvolging van zijn vader Henri de Merode, voormalig voorzitter van de senaat, werd Charles Graaf van Merode, Markies van Westerloo, Prins van Rubempré en Grimbergen, Graaf van Saint Empire, burgemeester van Westerlo op 25jarige leeftijd. Hij trouwde in 1919 met Marguerite-Marie de Laguiche, dochter van de Markies van Laguiche. Hij bleef echter zonder nakomelingen tot in 1946. Hij adopteerde dan Prins Philibert-Albert de Merode en zijn vrouw Henriette de Vogüé. Prins Philibert-Albert de Merode stierf in auto-ongeluk in Kortenberg in 1958. Zijn weduwe trouwde in 1916 met Graaf Geoffroy Budes de Guébriant en woont nog altijd in het kasteel van Westerlo. In 1930, ter ere van het honderdjarig jubileum van de onafhankelijkheid van België werden alle leden van de familie de Merode van de rang van Graaf van Merode verheven naar Prins van Merode. De oudste van de familie draagt nog altijd de titel van Prins van Merode, Markies van Westerlo, Prins van Rubempré en Grimbergen, Graaf van Saint Empire. Het huidige hoofd van de familie de Merode is Charles-Guillaume, zoon van Prins Xavier de Merode, oudste broer van Prins Philibert-Albert de Merode.




